== = onder constructie ===









Tekst: uitgebreide info over de zon, maan en planeten per bord.
Het zonnestelsel

De zon

Net zoals de aarde rond de zon draait, draait de zon rond het centrum van de Melkweg. Zo een rondje duurt ongeveer 240 miljoen jaar aan 720.000 km/uur.
- Vanaf onze aarde lijkt de zon geel. Als we van in de ruimte naar de zon kijken, is die helder wit. Dat komt doordat de atmosfeer van de aarde veel kleur gevende lichtdeeltjes van de zon tegenhoudt. In feite zitten in zonlicht alle kleuren die we kennen. Je kan dat onder andere zien in een regenboog en als je zonlicht bekijkt door een prisma.
- In de kern van de zon vinden kernreacties plaats. Waterstof wordt daar omgezet in helium. Hoe meer helium er bij komt, hoe krachtiger de zon gaat schijnen: ongeveer 10 % krachtiger per miljard jaar. Over 1 miljard jaar zal de zon al zo krachtig schijnen dat alle water op aarde zal verdampen en alle leven zal ophouden te bestaan.
Over ongeveer 5 miljard jaar zal de zon al haar waterstof hebben omgezet in helium. Dat helium wordt door verdere kernfusie omgezet in koolstof. De zon wordt dan een ander type van ster: een rode reus. Dat is een ster die aan het einde van haar leven gekomen is. Ze gaat dan enorm opzwellen en Mercurius, Venus en misschien ook onze aarde opslokken. Een miljard jaar later zal de zon al haar energie opgebruikt hebben. Ze wordt dan een witte dwerg die ongeveer even groot zal zijn als onze aarde.
Planeet Mercurius

- Mercurius is de planeet die het dichtst bij de zon staat. Daarom is hij niet makkelijk te zien aan de hemel. Hij staat steeds vlak boven de horizon en is enkel een paar uur na zonsondergang en net voor zonsopgang zichtbaar.
- De kern van Mercurius bevat een enorme metalen bol die ongeveer 75 % van de diameter van de planeet inneemt.
- Doordat Mercurius bijna geen atmosfeer heeft, is het zonlicht dat op de planeet valt ongeveer 9 keer intenser dan het zonlicht dat op de aarde valt. En toch hebben wetenschappers ijs ontdekt in permanent donkere kraters op de planeet waar geen zonlicht in valt.
- Nog een gevolg van de geringe atmosfeer van Mercurius: de planeet is bezaaid met inslagkraters van meteorieten, kometen of planetoïden. Planeten die een belangrijke eigen atmosfeer hebben (zoals de aarde) vertonen veel minder sporen van dergelijke inslagen omdat die atmosfeer de impact van die botsingen sterk kan verminderen.
Planeet Venus

- Venus is de helderste planeet van ons zonnestelsel. Als je weet waar je moet kijken, kan je ze zelfs overdag vaak zien.
- De planeet Venus is ongeveer even groot als de aarde. Ook de structuur van de twee planeten vertoont veel gelijkenissen. Ze hebben allebei een ijzeren kern die omhuld is door een mantel van heet gesteente met daar bovenop een rotsachtige buitenkorst.
- Alhoewel Mercurius dichter bij de zon staat, is de temperatuur op Venus heter. Dat komt door de hoge concentratie van koolstofdioxide met wolken van zwavelzuur in de atmosfeer van de planeet. Daardoor ontstaat er een sterk broeikaseffect dat de zonnewarmte als een deken vasthoudt.
Planeet Aarde

- De atmosfeer van de aarde bestaat vooral uit stikstof, maar bevat ook genoeg zuurstof om te kunnen ademen. Die atmosfeer beschermt ons tegen inkomende kometen en planetoïden: de meeste vallen in onze atmosfeer uit mekaar vooraleer ze als meteorieten op het aardoppervlak kunnen inslaan.
- Bijna 70 % van het aardoppervlak is bedekt door oceanen die ongeveer 97 % van alle water op aarde bevatten.
- Onze aarde draait in 24 uren om haar eigen as. Deze rotatie en de gesmolten nikkel-ijzer kern van de planeet veroorzaken samen een magnetisch veld. Dat zorgt ervoor dat alle kompasnaalden op aarde naar de noordpool wijzen. Maar die magnetische polariteit kan veranderen, waardoor de richting van het magnetisch veld omslaat. Dat gebeurt gemiddeld ongeveer elke 400.000 jaar. Het is weinig waarschijnlijk dat zo een omkering zich de komende duizend jaar zal voordoen. Maar als het gebeurt, zullen kompasnaalden waarschijnlijk enkele eeuwen lang in verschillende richtingen wijzen. Wanneer de omkering voltooid zal zijn, zullen ze allemaal naar het zuiden in plaats van naar het noorden draaien. Zo een magnetische omkering veroorzaakt, voor zover we weten, geen schade aan het leven op aarde.
Planeet Mars

- Mars wordt vaak de Rode Planeet genoemd: ijzermineralen in de grond van Mars roesten en geven het oppervlak van de planeet een rode kleur.
- Mars lijkt in het verleden zeer waterrijk geweest te zijn. We zien er oude rivierdalen, delta’s en beddingen van meren. Aan het oppervlak liggen stenen en mineralen die alleen in vloeibaar water gevormd kunnen zijn.
- Ook nu is er nog water op Mars. Maar de atmosfeer van de planeet is te ijl om dat water langdurig op het oppervlak te laten bestaan. We vinden er ook waterijs, net onder het oppervlak in de poolgebieden. En zilt water dat in bepaalde seizoenen langs hellingen en kraterwanden stroomt.
- Op Mars bevindt zich de hoogste vulkaan van ons zonnestelsel: de Olympus Mons. Die steekt ongeveer 22 kilometer boven de omliggende vlakte uit en is drie keer zo hoog als de Mount Everest, de hoogste berg op aarde.
Planeet Saturnus

- De planeet Saturnus is een gasreus zonder vast oppervlak. Waarschijnlijk bestaat de kern van Saturnus uit rotsachtig materiaal dat omringd wordt door vloeibaar waterstof en helium.
- Wetenschappers weten nog altijd niet hoe de ringen rond Saturnus ontstaan zijn. Het zou kunnen dat de ringen bestaan uit restmateriaal dat overbleef na het ontstaan van de planeet. Maar het is ook mogelijk dat ze zijn ontstaan nadat kometen, asteroïden en ijsmanen door de zwaartekracht van Saturnus uit elkaar zijn getrokken en in een baan rond de planeet zijn geraakt. De ringen bestaan uit miljarden kleine brokken ijs en gesteente. Die variëren in grootte van minuscule ijskorreltjes tot brokken zo groot als een huis. Het ringenstelsel van Saturnus strekt zich uit tot een afstand van 282.000 kilometer van de planeet, maar de dikte ervan bedraagt slechts een goede 20 meter.
- Saturnus heeft het grootste aantal ontdekte manen en maantjes in het zonnestelsel: de teller staat momenteel op 274.
Planeet Jupiter

- Jupiter is de grootste en oudste planeet van ons zonnestelsel. Hij draait in ongeveer 9,9 uur één keer om zijn as en heeft daarmee de kortste dag in ons zonnestelsel.
- Jupiter is een gasplaneet met een samenstelling die erg vergelijkbaar is met die van de zon: vooral waterstof en helium. De planeet heeft daardoor geen vast oppervlak: Jupiter bestaat vooral uit wervelende gassen en vloeistoffen.
- Als je Jupiter door een telescoop bekijkt, ziet hij er uit als een tapijt van kleurrijke strepen en vlekken: allemaal wolkenbanden en grote stormen van pool tot pool. Sommige stormen, in de buurt van de evenaar, halen snelheden van meer dan 500 km/uur. Eén van die stormen vormt een wervelend ovaal van wolken dat drie keer zo breed is als onze aarde. We noemen hem de Grote Rode Vlek en kunnen hem al meer dan 300 jaar waarnemen.
- Jupiter heeft een heel sterk magnetisch veld. Dat strekt zich in de richting van de zon uit over een afstand van 1 tot 3 miljoen kilometer. Aan de andere zijde, in de richting van de planeet Saturnus, reikt dit magnetisch veld meer dan 1 miljard kilometer ver. Het enorme veld is 16 tot 54 keer zo krachtig als dat van de aarde. Het draait met de planeet mee en wordt ook wel de stofzuiger van ons zonnestelsel genoemd: het kan elke komeet of asteroïde opslokken die in zijn buurt komt. Daarmee behoedt Jupiter onder andere onze aarde voor fatale inslagen van allerlei ruimte-objecten.
Planeet Uranus

- Uranus is de koudste planeet van het zonnestelsel. De gemiddelde temperatuur bedraagt er – 192°C. Het is een ijsreus die omringd wordt door 13 vage ringen en 28 kleine manen. Bijna alle manen die rond andere planeten in ons zonnestelsel draaien, kregen namen uit de Griekse en Romeinse mythologie. De manen van Uranus ontlenen hun namen evenwel aan personages uit de werken van William Shakespeare en Alexander Pope.
- De meeste planeten zijn al bekend sedert de Oudheid. Uranus is de eerste planeet die na de uitvinding van de telescoop werd ontdekt: door de Engelse astronoom William Herschel in 1781. Een andere Engelsman, John Flamsteed, had de planeet al in 1690 waargenomen, maar hij dacht dat het een ster was in het sterrenbeeld Stier. Daarom telt zijn waarneming niet als ontdekking.
- Uranus is nog maar één enkele keer door een ruimtesonde bezocht. De Amerikaanse Voyager 2 “scheerde” op 24 januari 1986 op 81.000 kilometer langs de planeet. Hij maakte duizenden foto’s van Uranus en zijn manen vooraleer verder koers te zetten naar zijn volgende reisdoel: de planeet Neptunus.
Planeet Neptunus

- Ook Neptunus is een ijsreus. Hij heeft een kern van steen, omhuld door ijs met daaromheen een grote laag gas. De atmosfeer van Neptunus bevat vooral waterstof en helium. Maar ook methaan. Dat zorgt voor de mooie blauwe kleur van de planeet. De zwaartekracht is er ongeveer hetzelfde als op aarde.
- Er bevindt zich flink wat water op Neptunus. Dat zit om de stenen kern, in een dikke mantel van ijs. En bovenin de atmosfeer zijn er wolken van waterdamp.
- Neptunus is de enige planeet van ons zonnestelsel die je onmogelijk met het blote oog kan zien. De Duitse astronoom Johann Galle ontdekte de planeet in 1846 met behulp van wiskundige berekeningen van de Franse sterrenkundige Urbain Le Verrier. Die had afwijkingen vastgesteld in de baan van Uranus en besloot dat die veroorzaakt moesten zijn door de invloed van een andere, dan nog onbekende planeet. De Italiaanse wetenschapper Galileo Galilei nam de planeet al in 1612 en 1613 waar door een kleine telescoop. Hij dacht evenwel dat het om een ster ging en wordt daarom niet als ontdekker van Neptunus erkend.