Categoriearchief: Uncategorized

eclips, een hap uit de zon!

Jan Hermans had op 4 januari tijd vrij gemaakt om de zonsverduisteriong waar te nemen. Zijn weergave van de feiten:

 Een zonsverduistering mogen we toch wel als een vrij zeldzame gebeurtenis beschouwen. De weersvoorspellingen voor de verduistering van 4 januari 2011 waren twijfelachtig en het tijdstip was niet erg gunstig. Er werd dan ook met spanning uitgekeken naar de atmosfeer bij het eerste ochtendgloren. De oostelijke hemel was bijzonder helder en nodigde uit om op pad te gaan voor dit spectaculaire gebeuren.

 Bij zonsopkomst was de zon al gedeeltelijk verduisterd. De eclips was al begonnen en met een eclipsbrilletje waren perfect de eerste punten van de sikkel tussen de bomen waar te nemen. Omstreeks 08h50 is een eerste poging gedaan om met een klein eenvoudig fototoestelletje dit gebeuren vast te leggen, maar dit was geen echt succes. Een goede waarnemingsplek voor dit soort observaties is moeilijker dan verwacht.

Dan maar naar een andere locatie gezocht. Misschien was het zicht vanaf de sterrenwacht beter, dus… er naartoe. Op weg naar de sterrenwacht lonkte de zon vanaf een prachtige open horizon ter hoogte van de molendijk. Meteen werd hier gestopt om het maximum van de verduistering, dat intussen om 09h17 optrad, te observeren. Vanaf het westen was een dichte bewolking zichtbaar, maar in die prachtige koude oostelijke ochtendhemel bleef de eclips toch steeds perfect zichtbaar.

Circa 80% van de zon was intussen bedekt en het viel weer op hoe fel de aarde nog werd verlicht door de resterende 20%. Met een eclipsbrilletje voor de lens van het fototoestel konden enkele opnamen worden gemaakt (zie foto rechts) terwijl de zon nog steeds oostelijk van de dichte rand van aankomende bewolking uit het westen bleef schitteren. Intussen verstreek de tijd erg snel en omstreeks 09h39 steeg de zon hoger aan de horizon tot ze even later definitief in de aankomende bewolking verscholen raakte.  Nog een tijdje bleef ze, weliswaar verzwakt door de wolken, zichtbaar door de minder dikke rand van de bewolking. (zie foto)

Hierbij is duidelijk te zien dat het maximum toen al ver was gepasseerd. Daarna verdween de zon een tijdlang achter de bewolking en kwam pas terug te voorschijn toen de eclips volledig was afgelopen. Gelukkig hebben we het belangrijkste moment niet moeten missen.Als er mensen zijn die van deze gebeurtenis een volledige fotorapportages maakten met professioneel materiaal dan zal hierbij, met wat fantasie, de indruk ontstaan dat de verlichte sikkel een schommelende beweging maakt met haar uitstekende punten. In het begin steekt de punt links naar boven en na verloop van tijd steekt de rechterpunt steeds verder naar boven en de linker naar beneden.

 Verslag en onderstaande afbeeldingen door Jan Hermans      

Jan zon 1.jpg

jan zon 2.jpg

 

jan zon 3.jpg

 

                                                                                                    We wachten op nog meer inzendingen!!!

zonsverduistering 2011

Niet de beste, maar een aanzet. Vandaag de eerste dag terug aan het werk en laat dat nu samenvallen met de zonsverduistering. Goed, werken is één…..een zonsverduistering is twee! Werken en toch snel even de zonsverduistering tussendoor fotograferen? ja, hoor….dat kan. Omdat het allemaal een beetje snel moest heb ik me beperkt tot het “snelle” fotografeerwerk. M.a.w. snel een 50-tal opnames gemaakt vanaf de parking met de Nikon D7000 en de 200mm Tamron met 1.4 convertor. De opkomende zon zat grotendeels in de wolken en was enkel goed voor sfeerbeelden (vol vuur!). Een poosje later (09.14u) was de sikkel duidelijk zichtbaar. Roeien met de riemen die voorhanden waren, ik was liever met “full gear” uitgetrokken, maar ja….

Enkele sfeerbeelden en, omdat dit zeker geen schitterende opnames zijn, meteen een oproep aan de leden om hun opnames naar het secretariaat te sturen, zodat deze hier gepost kunnen worden.

NIKON D7000sized_zonsverduistering 3(001).1.2011 001.JPG

NIKON D7000sized_zonsverduistering 3.1.2011 032.JPG

NIKON D7000sized_zonsverduistering 3.1.2011 043.JPG

sized_zon a.jpg

Agenda 1e kwartaal 2011

1.     Agenda 4e kwartaal 2009

 

Januari 2011.       

Studiebijeenkomst:   14 januari 2011   Joy 20.15u

Open agenda   &  Ruimtevaart, van een leien dakje? door Lambert Beliën   

Kijkavond :  28 januari 2011 om 20.00u  aan de sterrenwacht

Wanneer:     Refractor Berke en we doen testen met de  kijker van Dirk. Oproep voor meerdere kijkers op het veld.

                  

 Februari  2011    

 

Studiebijeenkomst:   25 februari 2011    20.15u  Joy

Open agenda   &   Het veld van Orion door Job Beeren 

Kijkavond :  maanavond

 Wanneer:    11 februari 2011   20.00u  stw

Kijker te gebruiken:  indien mogelijk Skywatcher Tony en evt Bressner van Sammy.

 

Maart 2011.       

 

Studiebijeenkomst:   25 maart 2011   om 20.15 Joy

 Open agenda   &     Coördinaten door Jan Hermans

Kijkavond : kijker: zoveel als mogelijk.

Wanneer:    11 maart 2011 om 20.30u

Kijker te gebruiken:  Buitenheide, samenkomen om 20.15u aan de Joy.

 

De oplettende lezer heeft het al gezien; we vragen om tijdens alle kijkavonden zoveel kijkers als mogelijk in het veld te krijgen. Zie je een geprogrammeerde kijkavond, heb je tijd en goesting om je eigen kijker mee te brengen? Niet twijfelen, zeker doen! Alle aanwezigen zullen snel merken dat het heel fijn is als je van de ene kijker naar de andere kan gaan, al was het maar on te vergelijken. Een bijkomend voordeel is dat je de operatoren van de kijkers ontlast van een bepaalde druk. Met andere woorden, we kunnen meer tijd, in alle gemoedelijkheid, besteden aan bepaalde objecten en intussen heeft iedereen wat omhanden. Een ander voordeel is dat, wanneer je in groep werkt, iedereen van elkaar wat kan opsteken. Niets dan voordelen, dus nogmaals: breng die telescopen naar het waarnemingsveld aan de sterrenwacht.

 

Heb je zin om je kijker onder de koepel op te stellen, maar je hebt geen koppelstuk daarvoor? Geen probleem, onze voorzitter staat met raad en daad paraat om je kijker aan te passen aan de zuil van de sterrenwacht. Spreek hem aan als je kijker aanpassingen nodig heeft.

 

Qua lidgeld 2011 heeft het bestuur unaniem besloten om de tarief van vorig jaar, te weten 15 euro per persoon, te handhaven. Donaties van diverse leden maken dit mogelijk, waarvoor uiteraard onze dank.

                                           

Mars, door Job Beeren

 

Job maakte, zeer terecht de opmerking dat het verslag van zijn lezing, gegeven in obktober niet in onze weblog was opgenomen. Heel correct opgemerkt! Door de vele activiteiten en verslagen is zijn verslag zoek geraakt. Alsnog een rechtzetting en dank aan Job voor deze opmerking.

 

~      Open agenda

 

Astronomische begrippen:

1.     Albedo: het lichtweerkaatsende vermogen van een hemellichaam dat zelf geen licht uitstraalt.

2.     AE: de afstand tussen aarde en zon, ca 150 miljoen kilometer. Wordt gebruikt als een afstandseenheid (AE = astronomische eenheid)

3.     Buitenplaneten: geldt voor alle planeten die, vanaf de zon gezien, buiten de baan van de aarde hun omloop hebben. Dit wil dus zeggen dat Mercurius en Venus de binnenplaneten zijn en al de rest zijn de buitenplaneten.

4.     Ecliptica: is het baanvlak (vauit de aarde gezien) in welke alle planeten hun omloop hebben.

 

 

Heeft atmosfeer gewicht? Ja, de atmosfeer heeft gewicht. De vraag “Hoe meet men dit gewicht?” resulteerde in een levendig debat over Pascal, SI-eenheden, opbouw van druk kapot gesprongen putten en, een heel voornaam gegeven in deze, aantrekkingskracht.

 

Ster met een massa van 300 zonnemassa’s, is dit reëel? Ja, we hebben weet van sterren die nog veel zwaarder zijn. (Nvdr.: Enige voorzichtigheid is hier toch geboden. Bij nader onderzoek is het toch niet zo vanzelfsprekend. Diverse wetenschappelijke artikels zien 300 zonnemassa’s als het grootst. Misschien zinvol om hier dieper om in de gaan. De gegevens die we hanteerden kunnen zo mogelijk afkomstig zijn uit de oude handboeken en misschien achterhaald?)

 

Dirk vroeg zich af hoe snel de uitdijing , getuige de roodverschuiving die we nu waarnemen, geweest moest zijn ten tijde van de Big Bang? Dit werd een heel geanimeerd gesprek, waar we aan de hand van zo simpel mogelijke vergelijkingen een beeld schiepen hoe de Big Bang en de ruimte voor te stellen. We weten dat in de allereerste milliseconden na de Big Bang daadwerkelijk de lichtsnelheid overschreden, maar er was toen nog geen licht. Pas 300.000 jaren na de BB, ten tijde van de recombinatie, was er pas sprake van licht. We namen het fenomeen uitdijing op de korrel en Jan wist dat de waarde van 2 graden Kelvin (de achtergrondstraling) zo mogelijk een limiet in waarneming kan zijn, afhankelijk van de technologie die gebruikt wordt.

 

 

 Als onze zon naar de fase rode reus gaat, betekent dat het einde van ons zonnestelsel? Met deze vraag wil Jacky Hermans een toekomstbeeld verklaart zien. De groep wist dat, wanneer onze zon verder op haar pad in de Hoofdreeks (HRD-diagram), op een gegeven moment zal uitdijing onder de naam rode reus. De zon zal zodanig opzwellen dat de binnenplaneten in het gedrang zullen komen. Even bewandelden we het gegeven dat als de fysiologie van de zon veranderd, dit rechtstreeks gevolg heeft voor de planeten. Het is de zon (99.8 % van de totale massa van ons zonnestelsel) die alle planeten op hun plaats houdt. De gedachte die daar uit voortkwam was dat de banen van de planeten zich zouden aanpassen, maar….blijft het gegeven van de massa van de zon. Die zal slechts een klein beetje minder zijn dan nu, dus niet van veel belang in deze redenering. We zoeken nog uit welk de gevolgen zijn voor de binnenplaneten. We zijn het er wel over eens dat de huidige levensvormen heel zwaar zullen inboeten.

 

Na een zeer boeiende open agenda en nog een extra Palmke (of voor de verstandigen onder ons, een koffie!) werd het woord gegeven aan de spreker van dienst, Job Beeren, voor zijn uiteenzetting over Mars.

 

Mars, de rode planeet.

 

  Bij de Babyloniers was Mars gekend als “god van vuur” (rode kleur?), de oude Grieken noemde Mars Nergal, gelijk aan hun god Ares (Areos aster wat“ster van Ares” betekent), of ook wel (Pyroeis) dat “vurig” betekent. De Romeinse god Mars, we herkennen het symbool een cirkel met een eruit stekende pijl, als een schild en een speer.

De rossige kleur van Mars wordt veroorzaakt  door ijzer(III)oxide in de vorm van het mineraal hematiet of roest. Vanaf de Aarde te zien als een duidelijke oranje-rode ster, maar verschilt nogal, als deze in het perihelium staat of in het aphelium. Vanuit het perspectief van een aardse waarnemer zien we dat de planeet rare bewegingen maakt aan de hemelbol. Ze lijkt soms achteruit te lopen. Job verduidelijkte dit fenomeen aan de hand van enkele slides.

 

Beroemd en berucht waren de kaarten van de “canali” die de Italiaanse sterrenkundige Giovanni Schiaparelli in 1877 optekende, hij had het geluk dat er enkele keren een zeer helder oppervlak te zien was. Schiaparelli’s waarnemingen suggereerden het bestaan van kanalen op het oppervlak van Mars. Deze waarnemingen waren net dat wat nodig was om de hype van Marsmannetjes te veroorzaken.

 

De baan en de excentriciteit van Mars werden besproken. Het Perihelium op 1.3815 AE en het Aphelium op 1.6659 AE en een baanexcentriciteit van 0.093325. De hellingshoeken (t.o.v. de ecliptica) van Mars en Aarde zijn bijna gelijkaardig. De manen van Mars, Phobos (angst) en Deimos (paniek, vrees), ontdekt door Asaph Hall in 1877, kwamen ruim aan bod. Phobos, met een grootte van 27 x 22 x 18 km heeft een omlooptijd van 0.3189 dagen, wat overeenkomt met een duur 7 uren en 40 minuten. Deimos, met een afmeting van 7.8 x 6  5.1 km is de kleinere en doet 1.2624 dagen, ruim 30 uren over één omloop om de planeet. Phobos kan je dus driemaal per Marsnacht zien overkomen. Heel verrassend! Job toonde valse kleuropnames van de manen die veel verduidelijkten. Groeven van afgeschampte inslagprojectielen, verse kraters, allemaal te zien op de opnames van de Mars Reconnaissance Orbiter die schitterende opnames maakte in maart 2008. Een projectie van Mars afgezet tegen de aarde, laat zien dat Mars (volume 0.1074467) een tiende van de aarde is. Het gevolg hiervan is een mindere aantrekkingskracht. Als we hier op aarde 1 m hoog zouden springen, zou dit op Mars 2.638m zijn.

 

 In een mooi overzicht presenteerde Job de fysische gegevens van Mars, vergeleken met die van de aarde om vervolgens aandacht te besteden aan de samenstelling van de atmosfeer en de heersende luchtdruk. Qua samenstelling viel vooral het fenomeen methaan op. Het methaan zou afkomstig kunnen zijn door ontgassing van het olivijn-gesteente en het vulkanisme. De atmosfeer bevat stofdeeltjes ter grootte van 1.5 µm, dit zorgt ervoor dat de (lucht) vanaf het oppervlakte er oranjebruin kleurt.

 

De seizoenen op Mars duren tweemaal langer dan op aarde. Op de beide polen is het gedurende een  halfjaar donker. De daaruit voortvloeiende afkoeling zorgt dan voor dikke lagen kooldioxide dat condenseert tot droogijs. Bij het aanbreken van de  lente wordt de pool terug verlicht en zal het droogijs weer sublimeren. De vrijkomende hoeveelheid kooldioxide zorgt dan  voor harde winden vanaf de pool. Deze seizoensgebonden winden transporteren grote hoeveelheden stof en waterdamp en veroorzaken rijp aan oppervlak en grote cirruswolken in de atmosfeer.  Waarnemers zien ook wolken rond een groot aantal vulkanen op Mars. Deze ontstaan wanneer warme lucht afkoelt tijdens het stijgen langs de vulkaanflanken.

 

Het klimaat op mars: -140 °C in de poolwinter tot 20 °C in de zomer. Deze temperaturen zijn een  gevolg van de dunne atmosfeer en de geringe warmtecapaciteit van Mars. Een ander seizoensgebonden klimaatverschijning zijn de stofstormen. Ze kunnen klein zijn, maar kunnen ook de hele planeet beslaan.  Job toonde enkele beeldfragmenten van een “dustdevil”. Een heel mooie reeks beelden van het oppervlak, Mons Olympus en verschillende kraters, kloven Vallis Marineres en Ma’adim met zijn lavakanalen.  Vallis Marineres werd vergeleken met onze Grand  Canyon. Opnames van de Opportunity van duinen, “bomen” op Mars blijken ophopingen van grotere stofdeeltjes te zijn. Een indrukwekkende reeks mooie, scherpe beelden van het Marsoppervlak!

 

Dat er water op Mars is werd duidelijk op verschillende slides. Waterdeposito’s die zich voornamelijk op de beide polen bevinden. Waterijs is voldoende aanwezig, vooral aan de twee poolkappen. Betreffende de hoeveelheid water wist Job ons te vertellen dat er genoeg voorhanden is om in gesmolten toestand het hele Marsoppervlak te bedekken met een 11 m diepe laag. De hoeveelheid op de Zuidpool van Mars is twee derde van het waterijs op Groenland.

 

De gemiddelde dichtheid van Mars is 30% lager dan van Aarde daarom kan Mars geen grote metallische kern bezitten. We kennen een kern van ijzer en ijzerverbindingen (1500 km), een silicaatmantel met een dikte van 1800 km en daarbovenop een Marskorst met een dikte van 100 km. Door deze waarden heeft Mars een zeer gering magnetisch veld.

 

Als we al dachten dat de mens zich vooral geconcentreerd heeft op de maan, dan zijn we nu genezen van die gedachte. Job presenteerde een zeer uitgebreide lijst van 74 Marsmissies: teveel om op te noemen. De voornaamste kwamen doorheen het verhaal al aan bod. Terugkijken is één, vooruitkijken is een andere zaak. Job keek voor ons even naar toekomstige missies en wist te vertellen dat er toch wel ambitieuze plannen bestaan om daadwerkelijk naar bemand naar Mars te gaan. Onder de projectnaam Maven is men nu al bezig met testen. Lancering wordt verwacht tussen18 november 2013 en 7 december 2013.

Doel van het onderzoek is het bestuderen van  het verlies van bepaalde stoffen uit de atmosfeer, en dit gedurende een bepaalde tijd en het onderzoeken van stabiele isotopen in de atmosfeer. Bemande reizen naar Mars ….2030? Kostprijs 45 miljard euro. Is dit haalbaar? Job hoopt in elk geval van wel!

 

Met een applaus werd Job bedankt voor zijn verhelderende uiteenzetting. Het was bijna middernacht toen Jan de spreker en de aanwezigen dankte voor hun aanwezigheid en inbreng. Het was een meer dan geslaagde bijeenkomst!

 

Activiteiten November 2010

Beste vrienden,

                            het jaar nadert zijn einde, hoogste tijd om nog eens achterom te kijken. We nodigen u allen uit aanwezig te zijn op de Algemene Ledenvergadering op 10 december 2010. Net als andere jaren kijken we terug naar de activiteiten van het afgelopen jaar, vooraf gegaan door een speech van de voorzitter en we nemen, zoals elk jaar, het kasverslag door. Om deze Algemene Ledenvergadering iets meer cachet te geven hebben we een afvaardiging van “Het Astronomisch Genootschap” weten te strikken. Zij zullen ons een bezoek brengen om, samen met ons, de afgelopen jaren te evalueren….en niet te missen gebeurtenis!!!

Tussen de diverse rubrieken is er genoeg ruimte voor een gezellige babbel en de nodige animatie. Zoals eerder gezegd, we hopen op uw aanwezigheid…..Ps: hou wel even rekening met het feit dat de sloopwerken aan het PC Michielshof in volle gang zijn. Zoals het nu uitziet blijven we gehuisvest in de lokalen van de Joy, maar is het moeilijk om op voorhand te weten in welk lokaal. Bij twijfel kan je altijd informatie inwinnen bij Marcel en Suzanne, de plaatselijke uitbaters. Het cafetaria is verhuist naar het grote lokaal van de Joy.

                                  We starten de algemene ledenvergadering om 20.15u. Allen welkom!!                   Het bestuur

 Op 17 december 2010 verzamelen we tegen 20.00 uur aan de sterrenwacht. Tijdens deze laatste kijkavond van 2010 richten we de lenzenkijker van de voorzitter op de maan. Als het weer het toelaat kunnen we genieten van schitterende kraters, bergmassieven, rillen en breuken, en dies meer. We gaan eens een beetje stoeien met filters. Wat zijn filters, waar dienen ze voor en vooral….welk effect hebben ze? Ondanks het feit dat we comfortabel onder de koepel staan, zorg toch voor voldoende warme kleding. Misschien is het tijd om de “gelzakjes”  (chemische verwarming) of koolstofbrandertjes nog eens te reactiveren? Denk zeker aan warm schoeisel, dat is het meest belangrijke. Koude voeten…… Tot kijk…                   Het bestuur

 Verslag van de bijeenkomst van 12 november 2010.

  Administrativa

 

  • ·       Als eerste punt werd Sammy Presutto als nieuw lid welkom geheten. Sammy was in gezelschap van zijn vriendin. De werking van onze vereniging werd in het kort uitgelegd. Sammy heeft een 152 mm Bressner telescoop (lenzenkijker), waar we hem zeker mee op weg gaan helpen, tijdens de eerstvolgende kijkavond.

 

  • ·       Het verslag werd, op een paar aanmerkingen na, goedgekeurd. Jan oordeelde dat er  in het vorige blaadje  er geen sprake mag zijn van” lichtsnelheid tijdens de allereerste fase van het uitdijend heelal” (onmiddellijk na de Big Bang). Er was trouwens geen licht. Een tweede opmerking die Jan formuleerde was dat 300.000 jaren na de Big Bang de combinatie verantwoordelijk was voor het eerste licht en niet de recombinatie. Beide opmerkingen werden uitvoerig besproken en aangenomen.

 

  • ·       “De dagen van het huidige Michielshof zijn geteld”. Onder deze titel werd aangekondigd dat de sloopwerken aan het PC van start gaan op 1 december, wat maakt dat we bij een volgend bezoek aan het PC Michielhof een groot gedeelte van het gebouw niet meer zullen zien, want gesloopt.

 

  • ·       Dirk Schuurmans stelde zich kandidaat om als moderator op te treden.
  •   Open agenda 

 

  1. 1.     Large Hadron Collider.
  2. 2.     Oerknaltheorie
  3. 3.     Wanneer verwachten we een zonnestorm?
  4. 4.     Wat is de temperatuur bij kernfusie?

 In een geanimeerd gesprek werden bovenstaande punten één voor één besproken. De primeur was voorbestemd aan de nieuwe records die de LHC realiseerde, de afgelopen weken. De grootste deeltjesversneller ter wereld, de Large Hadrton Collider (LHC) nabij Genève, heeft een nieuw hitterecord gevestigd: 10 miljard graden. Met botsende atoomkernen van lood produceerden de fysici aan het Europees centrum voor onderzoek naar elementaire deeltjes  10 miljard graden hete micro-vuurballen. Dat is een miljoen maal heter dan de temperatuur in het centrum van de zon. Het gaat dan ook om de hoogste temperaturen en de grootste densiteiten die ooit in een experiment zijn bereikt.  Met deze “mini-oerknal” hopen de vorsers inzicht te krijgen in de eerste microseconden van het universum.  Met het woord “oerknal” kwamen we aan bij het tweede punt. De theorie van George Lemaitre werd nog eens even uitgelegd om dan over te gaan naar punt drie, de vraag “wanneer kunnen we een zonestorm verwachten?”. Volgens sommige kan je die niet verwachten, hij zal je verrassen. Neen, zegt een andere groep, je kan wel degelijk zien aan de positie en de grootte van een zonnevlek of er potentieel gevaar dreigt. Gevaarlijk kan het worden als een grote zonnevlek direct voor ons ligt en we bijgevolg in de baan zitten van een eventuele uitbarsting.  De laatste vraag van de open agenda: “Wat is de temperatuur bij kernfusie” werd heel snel antwoord gegeven: 12 miljoen graden Celsius, de temperatuur van de het inwendige van onze zon. Wel even rekening houden met het gegeven dat de ene kernfusie niet gelijk is aan de andere. We weten dat onze zon waterstof omzet in helium, maar er zijn nog andere processen. Denk maar aan schilverbranding, het principe van de gelaagdheid van uien. Een ster zal op verschillende dieptes verschillende verbandingen doorgaan. Hoe dieper in de ster, hoe zwaarder de elementen, des te heviger de temperaturen en drukken.   Na deze uiteenzettingen werd het woord gegeven aan Lambert voor een heruitgave van de uiteenzetting over exoplaneten. In zijn introductie liet Lambert weten dat hij het verhaal vijf jaren geleden al eens gebracht had. Dat de versie van deze avond een aangepaste herhaling was met , naadloos aansluitend, de recentere bevindingen. Het verhaal is als het ware een tijdslijn geworden en toont een tendens in de zoektocht naar kleinere planeten buiten ons zonnestelsel. Voor de aanvang  van de uiteenzetting werd even aandacht gegeven aan een zevental termen, die in het verhaal naar voor kwamen en hielden we een korte pauze.

Extrasolaire planeten, nieuwe verre werelden.

Brief van Epicurus aan Herodotus ( 300 vC.)

“Er is een oneindig aantal werelden, sommige gelijk de onze, andere dan weer verschillend…….”

Met deze vooruitziende “brief” en een analyse van de vergelijking van Francis Drake (1961) werd een passende opening gevonden om het thema “zoektocht naar een terrestrische planeet” open te breken. Exoplaneten zijn planeten die draaien om andere sterren dan de Zon. Het bestaan van deze planeten is voornamelijk afgeleid van indirecte waarnemingen en daarop gebaseerde berekeningen. Deze planeten werden voor het eerst ontdekt in de jaren ’90, toen de technologie ver genoeg was gevorderd om voldoende gevoelige telescopen te maken. Er worden steeds meer exoplaneten ontdekt. (denk er aan…..deze tekst is opgemaakt in 1995, straks gaan we terug in de huidige tijd).

 Hoe kan je een exoplaneet vinden? Er zijn verschillende manieren waarop het bestaan van exoplaneten kan worden aangetoond. De eerste is te meten of er een wijziging in de draaiing van een ster zit. Die zou worden veroorzaakt door de sterke getijdenwerking tussen de ster en de exoplaneet.  Een tweede manier die soms wordt gebruikt om de aanwezigheid van een exoplaneet aan te duiden is het feit dat de planeet een deel van de ster afdekt als hij in zijn omloopbaan tussen ons en de ster komt te staan. Op deze manier verandert de lichtintensiteit van de ster in een specifieke manier en kan men ook een berekening maken van de planeet. Vereiste is natuurlijk dat de baan van de planeet in “line of sight” is, m.a.w. de planeet trekt effectief voor de ster door. Lichtintensiteit neemt af…. Het probleem met planeten rond andere sterren is dat ze, zelfs met de sterkste telescopen op aarde, niet zichtbaar zijn. Ze stralen namelijk zelf geen licht uit, maar weerkaatsen slechts het licht van de ster. Aangezien de planeet meestal relatief dicht bij de ster staat overstraalt deze laatste de andere in duizendvoud.

 Een andere manier van detectie is het gebruik van een gemeenschappelijk zwaartepunt. De aanwezigheid van een planeet kan ook afgeleid worden van de zwaartekracht die hij uitoefent op de ster in kwestie. Een voldoende grote planeet zorgt er namelijk voor dat de ster zelf ook een beetje in de richting van de planeet wordt getrokken en op die manier roteren ze eigenlijk rond een gemeenschappelijk zwaartepunt. Door gebruik te maken van het dopplereffect kan de beweging van de ster gemeten worden. Hiermee kan de baan en de geschatte massa van de exoplaneet worden berekend. De eerste echte exoplaneet is ontdekt in 1995 en kreeg de naam 51 Pegasi mee. Hierna zijn nog tientallen andere ontdekkingen van exoplaneten gedaan, tot heuse planetenstelsels toe, bijvoorbeeld  Upsilon Andromedae. De zoektocht naar planeten buiten ons zonnestelsel gaat nog altijd voort en door de voortdurende verfijning van de apparatuur worden ook steeds kleinere planeten ontdekt. In augustus 2004 werd een nieuwe fase ingezet met de ontdekking van een exoplaneet van slechts 14 aardmassa’s, waarvan voor het eerst verwacht wordt dat dit een terrestrische planeet  zal zijn. Er moet wel vermeld worden dat de meeste van deze planeten gasreuzen  zijn (zoals onze planeet Jupiter) en dus niet bewoonbaar zijn, noch geschikt om op te landen. Een eigenaardigheid wat de astronomen bezighoudt is ook dat deze reuzenplaneten bijna allemaal zeer dicht bij hun ster staan in vergelijking met ons zonnestelsel. Een mogelijke verklaring kan natuur lijk wel zijn dat we nu alleen de planeten vinden die dicht bij de ster staan en deze ook sterk beïnvloeden. Het zou later evengoed kunnen blijken dat deze eerder uitzondering dan regel zijn. Om de zoektocht naar planeten, die meer op onze aarde lijken uit te breiden, werkt Nasa aan de Kepler-missie .

 In 2001 richtte een Pools team de 1.3m Warsaw Telescope in Chili naar het centrum van de melkweg. Gedurende 32 nachten bestudeerde ze het zwakke licht van 52.000 sterren. Hun doel; het vinden van planeten. Eén ster viel op. Op een afstand van 5000 lj straalde de ster met een schijnbare magnitude van m16,6. Men zag een lichte daling in helderheid die regelmatig terug kwam. De cyclus duurde telkens exact 108 minuten en herhaalde zich elke 1,2 dagen. Men was niet zeker en schakelde een ander team in op de Keck sterrenwacht in Hawaii. In januari 2003 bevestigde dit team aan de hand van dopplerwaarnemingen de allereerste ontdekking door middel van bedekking en confirmeerde een Jupiterachtige planeet.

 OGLE-TR-56b. Opmerkelijk bij deze ontdekking was dat de omlooptijd van deze planeet (1,2 dgn) uitkomen op een afstand van 3,2 miljoen km van de ster wat maakt dat haar oppervlaktetemperatuur rond de 3000 graden zit, bijna zo heet als het oppervlak van sommige sterren. De nieuwe planeet OGLE-TR-56b komt voor in de lijst van 120 andere exoplaneten, ontdekt de afgelopen  jaren De ontdekte planeten verschillen in massa. De zwaarste tot nu toe, heeft 17 Jupitermassa’s, terwijl de lichtste een heel klein beetje meer dan 1/10e van de Jupitermassa heeft. (Nogmaals….bovenstaande teksten refereren naar de periode1986- 1995). Massa en kansen. De meest intrigerende ontdekking van de studie aan data van planeetproducerende  sterren komt van de massa. Het lijkt dat, hoe massiever een ster is, hoe meer kans op planeten.Type M-dwergsterren met massa’s van 1/10e tot 1/3e van onze zon hebben geen planeten. K-sterren met een massa van 30 tot 70% van onze zon hebben 3 tot 4% kans op planeten. G-sterren, zoals onze zon, hebben tot 7% kans op planeten. F-sterren, 30 tot 50% zwaarder dan onze zon, komen uit op 10% kans op planeten. Nog een selectiepunt: enkelvoudige sterren hebben meer kans op planeten dan meervoudige stersystemen. Binaire sterren en dan zeker de korte binaire stelsels geven planeten geen kans op overleven. De planeten in een dergelijks systeem zullen heel waarschijnlijk weggeslingerd worden. Sommige wetenschappers vermoeden exoplaneten bij bijna alle enkelvoudig sterren. Tenslotte, de samenstelling van een ster is ook belangrijk. Al in het begin vermoedde men dat, om planeten te huisvesten, een ster op z’n minst even rijk in complexe atomen moet zijn als onze zon. Deze complexe atomen, zeg maar zwaardere metalen, zijn het resultaat van gevorderde sterevolutie, waarin elke nieuwe generatie haar materiaal afstaat ter verrijking van de nieuwe generatie. Recente ontdekkingen bevestigen deze stelling; na slechts 9 jaren van onderzoek kan men stellen dat 20 tot 30% van alle sterren, vergelijkbaar met onze zon (met een hoger metaalgehalte), planeten onderhouden. Dit percentage hoopt men door verder waarnemingen op te trekken. Waar ga je exoplaneten zoeken? We zagen het al, de beste jachtvelden voor exoplaneten zijn de jonge metaalrijke regionen in de spiraalstelsels. Bolhopen, daarentegen zijn magere jachtvelden. Het ontbreken van stof en gas maken dat er geen vorming van een accretieschijf kan plaatsvinden ( en toch….we kennen een planeet in bolhoop M4). Nog meer kans maak je als je gaat zoeken in de rustigere delen van een spiraalarm. Minder massieve sterren kunnen hier rustig planetaire stofnevels uitscheiden, de voedingsbodem voor planetaire stofschijven. Een ander voordeel in de rustigere gebieden is het ontbreken van massievere sterren in de buurt die door hun aantrekkingskracht een planeet in vorming kan verstoren.

De jacht is open! Exoplaneten zoeken is een werk van lange adem. Nasa heeft plannen voor diverse planeetzoekers. Eén daarvan is de Keplermissie, gelanceerd  in 2007. Kepler gaat kijken naar transits en heeft meer dan 150.000 sterren op haar waarnemingsprogramma. In 2014 start men het tweedelige Terrestrial Planet Finder, het meest ambitieuze project van allen. TPF zal binnen een straal van 45 lichtjaren het zwakke licht van aardachtige planeten analyseren (dit programma is on hold gezet). Tot nu toe zijn er nog geen aardachtige planeten ontdekt, maar dat kan enkele een kwestie van tijd zijn. Men vindt zoals gewoonlijk eerst de reuzen, dan pas de kleintjes. HARPS is een Europese onderneming die al 75 exoplaneten op haar conto heeft weggeschreven, SuperWASP op La Palma, nog een successtory, een opstelling met 8 supergevoelige CCD-camera’s die vanaf de Canarische eilanden de hemel afspeuren en de ene na de andere planeet registreren. Exoplaneten, zoals planeten buiten ons zonnestelsel heten, worden wel vaker gevonden. Meestal zijn het gasreuzen, groter nog dan Jupiter, die in krappe baantjes rond hun ster draaien. Ze heten daarom ‘hete Jupiters’. Ze verraden zich doordat hun bewegingen kleine schommelingen in de baan van de ster veroorzaken. Die uiten zich als kleine verschuivingen in spectraalopnamen van de ster.  Ook kan de aarde tegen het omloopvlak van zo’n planeet aankijken. Als dat zo is, trekt de planeet regelmatig voor zijn ster langs. Eventjes wordt de ster daardoor wat zwakker  en dat verraadt de planeet.

Er zijn momenteel (2008) 135 exoplaneten met zekerheid geïdentificeerd, maar de meeste zijn “hete Jupiters”. Hun massa gelijk die van Jupiter, soms groter, en hun banen zitten heel kort op de ster. De ontdekking van exoplaneten met massa’s vergelijkbaar met Neptunus brengen de waarnemers in een transitzone op weg naar het ontdekken van aardachtige planeten. Hogere resolutie zal zeker nodig zijn om deze barrière te doorbreken. De samenstelling van Neptunusachtige planeten is onbekend. De planeten kunnen gasreuzen zijn, net als onze Jupiter en Saturnus en net als bijna alle bekende exoplaneten, tot nu toe. Maar met een massa, gelijk aan die van Neptunus, rijzen er nieuwe mogelijkheden. De planeten zouden een rots- of ijsachtige kern kunnen hebben met daarboven een dikke laag waterstof en helium, net als Uranus en Neptunus. Het zou ook kunnen dat deze planeten massieve brokken van rots en ijzer zijn, net als Mercurius. Juli 2003. Astronomen ontdekken een eigenaardige wobbeling in de baan van Gliese 436, een rode dwerg. Gliese 436 ligt in het sterrenbeeld Leeuw op een afstand van 33 lichtjaar. Het spectrum van deze koele, lage massa-ster toonde aan de zwaartekracht van een ongezien object een lichte wobbeling veroorzaakte in de omloop van de ster. Gliese 436 heeft ietwat minder dan de helft massa van onze zon en is meer dan 3 miljard jaren oud.  Een andere Neptunusachtige planeet zit in omloop rond de ster 55 Cancri. De planeet heeft ongeveer 18 x de aardmassa en, rekening houdende met de drie voorheen ontdekte planeten rond deze ster, is de eerste bekende ster die 4 planeten herbergt.  Aan de andere kant, na de ontdekking van enkelvoudige planeten rond een ster, komt men nu meer en meer aan tot het ontdekken van ganse planetenstelsels, vergelijkbaar met de planeten rond onze eigen zon.

 De leefbare zone, nog een belangrijk gegeven. Als we aardachtige planeten gaan zoeken die in aanmerking zouden kunnen komen voor de ontwikkeling van leven, moeten enkele voorwaarden voldaan worden. De planeet zit bij voorkeur in wat we de leefbare zone noemen. Deze zone ligt op een afstand van de moederster verwijderd die garant staat dat water (als er water aanwezig is, natuurlijk) in vloeibare vorm kan bestaan. Niet te kort bij de moederster, want te heet en zeker niet te ver weg, want te koud. We zagen middels verschillende voorbeelden dat de positie van de leefbare zone sterk afhankelijk is van het type ster. Een grote, sterke ster heeft meer stralingsdruk en de leefbare zone zal verder weg liggen. Een kleinen wzwak sterretje, daarentegen zal een korter afstand tot de leefbare zone hebben. Nu maken we een sprong naar het heden. Heel recent lazen we berichten zoals “ Sterrenkundigen hebben hun Heilige Graal” gevonden”. Bij de ster Gliese 581 is een planeet (Gliese 581g, staat nog niet op de afbeelding hiernaast)) ontdekt die zich in de zogeheten leefbare zone bevindt. Dat betekent dat er aan het oppervlak van de planeet vloeibaar water zou kunnen voorkomen. Er zóu dus iets kunnen leven…..  wat maakt dat we spreken over een potentiële levensvatbare planeet. We leggen de nadruk op “zou”, want we weten op dit moment nog maar heel weinig van  deze planeet. Eerlijkheidshalve moeten we vermelden dat we ten tijde van presentatie niet weten of de planeet al dan niet een gasplaneet is. Is er een atmosfeer? Allemaal zaken die nog onderzocht moeten worden. Moest toch blijken dat de planeet een gasplaneet is, dan hebben we een heel nieuw segment binnen de gekende planeten ontdekt; een kleine gasplaneet! De tijd zal het ons leren.

 Conclusie: men had als doelstelling planeten vinden buiten ons zonnestelsel; met vandaag 490 nieuwe planeten op de teller kunnen we dit geslaagd noemen! Toen stelde men de ambities bij: zoek een terrestrische planeet. De verfijning van waarnemingstechnieken en technologie hebben gezorgd dat, met de ontdekking van Gliese 581g, een kleine ( misschien aardachtige) planeet, op de juiste plaats, ontdekt werd. We blijven dit verder opvolgen!!

                                                                                                                             LBe

Vers van de pers: Vleermuizen vaak slachtoffer van windturbines

In Alberta (Canada) worden aan de voet van windturbines vaak dode vleermuizen gevonden dat bericht het tijdschrift “Scientific American”.  Dit plaatste onderzoekers voor een raadsel, gezien de opmerkelijke sonar- en vliegcapaciteiten waarover vleermuizen beschikken. Inmiddels zijn bij 92% van de slachtoffers – waarop sectie werd verricht –  inwendige bloedingen ontdekt. Dat leidde tot de conclusie dat het erg gevoelige ademhalingsstelsel van vleermuizen niet bestand is tegen de plotselinge luchtdrukdaling die in de nabijheid van ronddraaiende turbinebladen optreedt. De oorzaak hiervan is de hoge snelheid van de uiteinden van de bladen die kan oplopen tot 200 km/h. Vooral insectenetende trekvleermuizen worden er door  getroffen. Sommige natuurliefhebbers vrezen dat windturbines op termijn een destabiliserende uitwerking zullen hebben op het ecosysteem. . .            artikel  aangereikt door Jan Hermans

 

Verslag van de kijkavond 26 november 2010.

De eerste winterbuien waren al losgebroken boven België. Zoals altijd krijg je wat je verdient en dus bleef onze regio bespaart van de eerste winterse neerslag. Om 20.15 arriveerde Lambert met zijn kijker in Achel, aan de sterrenwacht. Er was al een hele groep kijklustigen ter plaatse. Het was koud en de hemel was ongeveer voor 50% betrokken. Tijdens het opstellen van de kijker werd het een beetje beter, geen kraakheldere nacht, maar werkbaar. Terwijl de voorzitter enkele mensen rondleidde op de sterrenwacht begonnen op de grond de problemen. De kijker van Lambert nam een heel eigenaardige reeks referentiesterren. Terwijl dit gebeurde rees het vermoeden dat er iets mis was. Na het uitrichten keken we tegen een enorme offset aan. Opnieuw uitlijnen was de boodschap. Na de tweede keer volgde de derde, de vierde, de……Er was duidelijk iets mis. Tijdens het” uitlevelen” van de kijker (automatisch waterpas zetten op de drie assen) bleek dat er een horizontale kanteling van een x-aantal graden te zien was. Niet goed….Na verloop van tijd begon iets te dagen. Snel even in het setup-menu de datum en tijd nagekeken, en ja….de kijker stelde zich af in zomertijd in plaats van wintertijd. Er was nog geen commando gegeven om zich om te zetten naar wintertijd. Nu kan je de vraag stellen: “waarom verzet hij zich niet automatisch van zomertijd naar wintertijd?” Het antwoord is even simpel: dit type kijker is overal te wereld actief en niet overal gebruikt men zomer- of wintertijd, vandaar de optie om dit niet automatisch te laten lopen. Het gevolg van deze misstappen was dat de PPEC-database van de kijker overhoop zat, met ernstige gevolgen naar de afstelling. (PPEC = Personal Periodic Error Corrector, een database met persoonlijke verfijningen in het uitrichtprogramma)

 Terwijl Lambert druk bezig was met de eerste stappen van de kalibratie (alles opnieuw afstellen en afchecken) bracht ons nieuw lid Sammy Presutto zijn kijker ter velde. Een Bressner 150 mm met een brandpunt van 760 mm op een equatoriale montering (zie afbeelding). De kijker werd opgesteld met de hulp van enkele Noorderkroners, die ook na enig zoekwerk de poolzoeker “up and running” kregen. De kijkertube werd aangekoppeld en men kon al snel genieten van de eerste beelden van Jupiter. Ondanks het feit dat de hemel begon dicht te trekken kon men blijven werken met de kijker van Sammy. Een schitterende kijker! We gaan Sammy volgende meeting enkele flexibels schenken, dan werkt het nog beter. Wat een geluk……een kijker die wel werkte op de weide. Sammy had de kijkavond gered!!! Tegen middernacht was de richtafwijking van de Cassegrain al een flink deel verbeterd, maar nog niet goed. Tijdens de zoveelste run trok de hemel helemaal dicht, het signaal op de stekker er uit te trekken en de boel op te ruimen. Toen alles in de auto geladen was, trok de hemel terug open en was het weer helder. Het zal voor een volgende keer zijn. In het kort gezegd, het was jammer dat we Cass niet op dreef kregen, het was fijn Sammy in ons midden te hebben en, naast het gegeven dat iedereen de eerste winterkoude had ervaren, iedereen ging tevreden naar huis (’t is te zeggen….bijna iedereen!!).

Nagekomen bericht: Daags (of liever gezegd “de nacht-“) na de feiten is Lambert terug op pad gegaan en de ijzige koude getrotseerd in een ultieme poging om Cass terug op de rit te krijgen. Van 22.00u to 04.00u duurde het om het hele systeem te resetten, opnieuw te calibreren en te testen. Opdracht gelukt! Een paar afbeeldigen die die bewuste nacht gemaakt werden (focus lag op de Orionnevel).

 

Nogmaals dank aan Sammy Presutto voor het redden van de avond!!!!

 

 

FinePix S3Pro sized_DSCF8989.JPG

NIKON D7000sized_nikon maas 047.JPG

sized_Orionnev.st.jpg

sized_orionnevel 3.st.JPG

Een nacht zoals het hoort !!!!

Naar aanleiding van onze vorige kijkavond, een in het water gevallen poging om komeet 103P/Hartley te zien, hebben Job en Lambert een spontane actie op touw gezet om ad hoc nog eens een poging te wagen. Vrijdagavond, 08-10-2010 was het zover; op een vijftal minuten werd beslist om naar de Buitenheide te trekken en meteen van de gelegenheid gebruik te maken om de FujiFilm FinePix S5Pro van Job te testen op de Cassegrain.

Toen we aankwamen was het 22.00u en goed donker. Na een beetje zoeken vonden we een goede stek, naast de openbare weg en kon het opbouwen beginnen. Onmiddellijk een goede afstelling, enkele testopnames voor de scherpstelling en in no time hadden we komeet 103P/Hartley in het beeldveld van de kijker en….op de foto!!

Voor de rest van de nacht (tot 02.00u) hebben we een hele rits astronomische opnames gemaakt met de camera van Job. We hebben gebruikt gemaakt van alle mogelijkheden van de camera, wat neerkomt op een ISO-waarde van 3200. De resultaten waren verbluffend.  Job beloofde nog een verslag te sturen, samen met een reeks opnames die hier gepubliceerd zullen worden.  Hou deze site in de gaten.

Aan Job, een dikke proficiat voor de schitterende resultaten!   Het was een nacht die me doet terugdenken aan vroeger! 

                            LBe    

C-1 sized_P9040017.JPG                                                                                                      

Fun at night!!!

Op het programma stond de inwijding (op de sterrenwacht, althans) van nieuwe kijker van Tony en die meteen even richten op komeet 103P/Hartley, die op dat moment heel riant in het sterrenbeeld Casseopeia stond.

 Zoals gewoonlijk waren de weermannen en weervrouwen, qua voorspellingen, aan onze kant  en waren de weergoden ons weer eens wat minder goed gezind. Met andere woorden; de avond begon grijs en ging over van “dreuzelen” naar heuse regen. Niet getreurd…..stipt om 21.00u arriveerden een achttal Noorderkroners en togen in het duister aan het werk. Jan had een heuse “hijsinstallatie” in elkaar gestoken om de apparatuur van Tony op een makkelijkere manier 13 meter hoog te krijgen. Na wat op en neer geloop kon de eerste “testvracht” gelanceerd worden. Een niet geplande noodlanding (oeps!), wat krachtenberekeningen, een geestesverruimende brainstorm aangaande designverbeteringen en we waren vertrokken. In het schijnsel van 800.000 candela vertrok de 15 kg zware montering op weg naar de koepel. Alles verliep zonder verdere incidenten en al gauw stond het hele team met alle onderdelen onder de koepel voor de installatie van de kijker.

 Het duurde even voor de montering stevig gefixeerd op haar plaats zat. Oefening baart kunst en we weten nu hoe het moet. De kijkerbuis (tube) werd voor alle zekerheid langs de trap naar boven gebracht. Met optiek kan je niet voorzichtig genoeg zijn!. Naarmate de opbouw vorderde kregen we meer en meer waardering voor de Skywatcher. Het is een heel mooie en degelijke kijker. Een lensopening van 15 cm, een degelijke focusseerinrichting waar je oculairen met de grootst gangbare diameter in kwijt kan, een oerdegelijke en trillingsvrije montering en een set super oculairen.  Heel fraai is de roodverlichte poolzoeker in de montering. Je kan middels bepaalde sterrenbeelden in de poolzoeker de kijker zodanig afstellen dat je een perfecte parallactische opstelling bekomt. Dit is nodig als je wil gaan volgen met de ingebouwde motoren. Met behulp van een handcontroller kan je desgewenst je snelheden aanpassen. Er is mogelijkheid tot uitbreiding met een goto-systeem. In de huidige configuratie zoek je manueel een object en van het moment dat je de drives activeert zal de kijker het object blijven volgen. Eenmaal de kijker parallactisch is afgesteld kan je objecten vinden met behulp van de deelcirkels op de uuras en de declinatieas, zeg maar de hemelcoördinaten.

 Tegen half twaalf waren we klaar met ons programma: we hebben opgebouwd, geëvalueerd en gedemonteerd. Ondanks het slechte weer hebben we de avond zinvol ingevuld. Dit was een mooie en leerrijke test.” First light” op onze sterrenwacht is gepland voor 16 oktober, tijdens de Nacht van de Duisterins. We wensen Tony veel succes en vele uren van genot met zijn nieuwe aanwinst.                                                                                                                              verslag: LBe  

  Enkele sfeerbeelden van de activiteit:

FinePix S3Pro sized_DSCF8740.JPGFinePix S3Pro sized_DSCF8743a.jpgFinePix S3Pro sized_DSCF8748a.jpg                                                                                  

FinePix S3Pro sized_DSCF8771.JPGFinePix S3Pro sized_DSCF8767.JPGFinePix S3Pro sized_DSCF8764a.jpgFinePix S3Pro sized_DSCF8758.JPGFinePix S3Pro sized_DSCF8761a.jpgFinePix S3Pro sized_DSCF8770a.jpgFinePix S3Pro sized_DSCF8775a.jpgFinePix S3Pro sized_DSCF8774.JPG                                                                                                                          

Uitnodiging 75 jaren NVWS

Aan de leden Noorderkroon-Achel

“Namens het bestuur van de Eindhovense Weer- en Sterrenkundige Kring, hebben we het genoegen u te mogen uitnodigen om samen met ons het  75-jarig jubileum van onze vereniging te vieren. Dit doeneen we met een jubileumvoordracht, gegeven door Govert Schilling. U bent van harte welkom!
 
Wanneer? Donderdag 21 oktober 2010
Hoe laat? 19.30u
Waar? In het Atrium Augustinianum, gelegen aan de Van Wassenhovestraat 26, Eindhoven”

Na de zomerstop…..

Verslag van de bijeenkomst van 17 september 2010

  Administrativa

  • ·       Het verslag werd zonder op- of aanmerkingen goedgekeurd.
  • ·       We inventariseren bij de aanwezige leden naar een goede “vergaderdag”. De eerste ronde geeft aan dat vrijdag nog niet zo slecht is. Ook voor onze huisvestiging, tijdens de verbouwingen, lijkt dit de beste dag. We blijven inventariseren tot december.
  • ·       We zoeken nog enkele mensen die op 16 oktober onze Nacht van de Duisternis willen versterken. Een oproep naar extra deelnemers werd gelanceerd.
  • ·       10 Oktober 2010 JVS-VVS weekend in Blankenberge.
  • ·       We gaan voortaan (bij elke vergadering) een moderator onder de aanwezigen zoeken. Iemand die het op zich neemt om de gesprekken in de juiste banen te leiden. Jan Hermans nam het voortouw.
  • ·       UiT netwerk deelname van Noorderkroon. Lambert zal dit initiatief in naam van Noorderkroon ondersteunen.
  • ·       Vergaderruimte: tijdens de verbouwingen van het PC Michielshof zal het één en ander gepland moeten worden. Het secretariaat heeft de kwartaalagenda al overgemaakt aan de beheerder. Tevens zal de Dienst Vrije  Tijd van Noorderkroon een mail ontvangen met de vraag of er een bepaalde vorm van coördinatie opgezet dient te worden om deze periode te zonder al te veel ongemakken te overbruggen.

 Open agenda 

1.     Veilige opslag van radioactief afval

 2.     Het godsdeeltje,

3.     Astronomische begrippen:

4.     Planeetbotsingen in een dubbelstersysteem?

 

Hoofdthema: sterrenbeelden projecties

 

  1. 1.     Jan zwengelde het gesprek van “Veilige opslag van radioactief materiaal” op gang.
    Het ESV EURIDICE – wat staat voor European Underground Research Infrastructure for Disposal of nuclear waste In Clay Environment – levert een actieve bijdrage aan de haalbaarheidstudies van berging van radioactief afval in kleilagen In Mol, op een diepte van 225 meter in het hart van de Boomse klei, bevindt zich het ondergronds laboratorium HADES. Daar worden tal van experimenten uitgevoerd die mee een antwoord moeten geven op de wetenschappelijke en technische vragen inzake de mogelijkheid van diepe berging van radioactief afval. Een bezoek aan de ondergrondse infrastructuur is beslist een aanrader voor een geïnteresseerd publiek.  We bespraken de mogelijkheden van dit project en wisten dat in Duitsland opslag is in zoutlagen, in Scandinavië gebruik met de granietlagen. Of je geen goede zaak kon doen door gebruik te maken van de energie die vrijkomt tijdens de opslag? Blijkbaar niet, want het hele proces is onbeheersbaar.

  1. 2.     Het Godsdeeltje;  we houden de vorderingen in het CERN al geruime tijd in het oog. Op dit moment heeft men al 3.5 x meer energie kunnen opwekken dan voorheen. Men heeft nu genoeg energie voor het experiment. De verwachtingen zijn hooggespannen. In Amerika zijn er al resultaten (in een lineaire versneller); er zijn aanwijzigen voor maar liefst 5 verschillende bosondeeltjes gevonden. Het Higgs-boson is zeer fundamenteel: het moet bestaan om het standaardmodel van de deeltjesfysica kloppend te maken. Het is de drager van het Higgsveld, dat in het hele universum aanwezig zou zijn. Door de Higgs-bosonen krijgen alle andere deeltjes massa. Ze zijn echter nog nooit waargenomen. Volgens sommige nieuwe theorieën, in het bijzonder theorieën met supersymmetrie, zou er niet één soort Higgs-boson bestaan, maar een familie van verschillende Higgs-bosonen.

 

  1. 3.     Onder de noemer “Astronomische begrippen” heeft Job enkele termen in de groep besproken. Termen die eerdaags in de lezing van Job (Mars, de rode planeet, zie uitnodiging) zullen terugkeren. Het eerste item dat besproken werd was de term “conjunctie”. Een conjunctie is een schijnbare samenstand van hemellichamen, gezien vanaf het standpunt van een bepaalde waarnemer. Het omgekeerde van conjunctie is oppositie, de planeet staat dan recht tegenover de zon. De maan in oppositie is vol. Een hele mooie was de term “oppositielus”. Een buitenplaneet maakt in de periode rond zijn oppositie vaak een oppositielus Deze lus ontstaat doordat de Aarde de planeet inhaalt, doordat de Aarde ten eerste een grotere baansnelheid heeft en ten tweede een kleinere baan. Hierdoor lijkt de buitenplaneet achteruit te bewegen, wat ook wel retrograde beweging wordt genoemd. Een heel fraai voorbeeld werd gegeven aan de hand van enkele auto’s op een rotonde. De volgende termen perihelium en aphelium werden in een heel snel tempo verklaart. Het perihelium is het punt van de ellipsvormige baan van de aarde, een andere planeet, planetoïde of komeet dat het dichtst bij de Zon ligt. In het perihelium, op 3 januari, midden in de winter dus staat de aarde dus het dichts bij de zon. In het aphelium staat de aarde het verst van de Zon. De siderische periode van bijvoorbeeld een planeet is de tijd die de planeet nodig heeft om één volledige omloop om de Zon te voltooien en weer dezelfde positie tussen de sterren in te nemen, zoals gezien door een denkbeeldige waarnemer op de Zon. Dit is de baanperiode van een planeet. Doordat de Aarde ook om de Zon beweegt is de siderische periode van een planeet niet gelijk aan de synodische periode. De synodische periode van bijvoorbeeld een planeet is de tijd die de planeet nodig heeft om eenmaal volledig zijn baan ten opzichte van de Zon af te leggen, als gezien door een waarnemer op Aarde. Het is dus de periode tussen twee opposities of conjuncties van een planeet. De excentriciteit van een ellips, zoals bijvoorbeeld een planeetbaan, is de grootheid die aangeeft in hoeverre de ellips afwijkt van een cirkel. Een cirkel heeft een excentriciteit gelijk aan nul. Hoe langgerekter (meer afgeplat) een ellips is, des te dichter ligt de excentriciteit bij één. Een parabool heeft een excentriciteit gelijk aan één, bij een hyperbool is dit groter dan één. Parabolische en hyperbolische banen zijn geen gesloten krommen, zodat de baanbeweging niet periodiek is (bijvoorbeeld bij een niet-periodieke komeet), in tegenstelling tot een ellips- of cirkelbaan. We gaan deze termen nog zeker tegenkomen volgende bijeenkomst.

 

  1. 4.     Als vierde punt op de open agenda bekeken we de melding van planeetbotsingen in dubbelstersystemen, een artikeltje van Het Europlanetarium in HBvL. “Planeten bij nauwe dubbelsterren lopen grote kans om met elkaar in botsing te komen. Dat blijkt uit een recente studie met de Spitzer Space Telescope. Bij nauwe dubbelsterren, waarvan de individuele sterren zeer dicht rond elkaar draaien, is heel wat stof aangetroffen. Dit stof kan geen restant zijn van het vormingsproces en is dus afkomstig van botsingen tussen kleine brokstukken en planeten die bij die botsing volledig verpulverd werden”. We hebben dit gegeven besproken, wetende dat men al geruime tijd geleden een planeet ontdekte in bolhoop M4 (wat op zich al heel opmerkelijk is…). De vraag in deze kwestie is hoe actief de zwaartekrachtvelden in een nauw dubbelstersysteem zijn en of hier niet de limiet van Roche zal verhinderen dat er planeten gevormd kunnen worden. (De `Rochelimiet` is de afstand waarbinnen een hemellichaam dat samengehouden wordt door de eigen zwaartekracht zal desintegreren door de getijdenkrachten van een tweede, zwaarder hemellichaam. Binnen de Rochelimiet zal omlopend materiaal zich verspreiden tot een ring.). In het gesprek dat we voerden was het uitgangspunt dat een dubbel- of meervoudig sterrensysteem ruim genoeg is  en dat de gevormde planeten heel kort bij de moederster zit., zoals vele de ‘hot-Jupiters’ die men de afgelopen jaren ontdekt heeft. We gaan volgende maand uitgebreid aandacht besteden aan dit gegeven.

 Na een korte pauze hebben we het gemiste thema van enkele maanden geleden terug opgepikt. Aan de hand van computer, atlassen, boeken, kaarten, projecties en foto’s hebben we het thema “sterrenbeeldprojecties” visueel gemaakt. Een introductie aan de hand van Starry Night toonde al aan dat het niet gemakkelijk is om sterrenbeelden te herkennen zonder bepaalde referenties. Als we in de ganse sterrenhemel één enkel sterrenbeeld kenbaar maken wordt het al een beetje gemakkelijker. Ineens zie je de patronen en herken je de nevenliggende sterrenbeelden. We schakelde over naar Stellarium, een soortgelijk programma, maar visueel sterker en duidelijker. Het werd al een beetje gemakkelijker. We lieten enkele functies van het programma lopen alvorens over te schakelen naar de tijd dat er geen PC’s, geen laptops, geen planetaria beschikbaar waren. Ja, ja…..die tijd heeft bestaan. Het was een tijd van zelfstudie, waarnemen en vooral zoeken, heel veel zoeken. We hadden het over “starhoppen”, op weg naar een deepsky-object en toonde dit aan de hand van een sterrenkaart en een foto van M104, in de Raaf. De foto kwam uit Deep Sky Splendors van Hans Vehrenberg, een fotografische sterrenatlas. Job en Lambert hebben beide een exemplaar en gebruiken dit zeer intensief tijdens hun waarnemingen. Andere handige sterrenkundige gidsen passeerden de revue. We sloten af met een reeks foto’s genomen door een kringlid. De “panoramische” opnames, zeg maar foto’s genomen door een standaardlens 50mm, zijn heel herkenbaar. Snel worden de sterrenbeeldconfiguraties gevonden en herkend. Een heel ander verhaal wordt het als we overschakelen naar opnames genomen met een 400 mm telelens. Het gemis van referenties maakt dat slechts weinig beelden spontaan herkend werden. Helemaal onherkenbaar wordt het als we overschakelen naar beelden gefotografeerd door een 750mm telelens of in het brandpunt van een 250mm Cassegrain. Om zulke beelden te kunnen identificeren is het nodig dat je buiten je kennis van sterrenbeelden ook nog eens kundig moet zijn in asterismen (Een asterisme is een compacte verzameling van sterren die niet fysiek bij elkaar horen, zoals dat wel het geval is bij een sterhoop, maar toevallig in dezelfde richting aan de hemel staan. Asterismen vallen onder de deepsky-objecten). Je kan zelf truckjes bedenken om gemakkelijk je weg te kennen binnen de grenzen van een sterrenbeeld. We bekeken als voorbeeld in Auriga de objecten M 36-37-38. Hoe “verdeel” je het sterrenbeeld op zoek naar deze objecten. Bedenk voor jezelf welke lijnen je uitzet tegen het kader dat het sterrenbeeld voorstelt. Deze manier van werken is hedendaags niet vanzelfsprekend. Met onze moderne goto-opstellingen verliezen we het contact met de sterren. Om deze reden blijft  de goede raad “ leer je sterrenbeelden echt kennen” geen holle frase. Ook al heb je een goto-kijker, het is altijd leuk als je vooraf weet wat je kijker gaat doen. Nog beter is het als je al weet waar welk punt je kijker gaat richten, nog voor hij al vertrokken is. Heel belangrijk, want……..jij bent de bestuurder!

 Het was een goed gevulde avond  met méér dan één Palmke (…), een tevreden publiek en een vervlogen vrijdag die al zaterdag was toen we uit elkaar gingen. Dank aan de sprekers voor hun voorbereidingen en de groep aanwezigen die allen actief deelnamen aan de gesprekken. Tot een volgende maal!

 Verslag van de kijkavond 3 september 2010.

 “Wat is de definitie van een  kijkavond?” Een kijkavond is een op voorhand geprogrammeerde activiteit ( die wel eens (….) in het water kan vallen). In de planningsfase wordt afgesproken wie voor de optische middelen zorgt en wat er op het waarnemingsprogramma staat. Voor de kijkavond van 3 september hadden we aan onze voorzitter gevraagd zijn lenzenkijker ter beschikking te stellen  zodat we op jacht konden gaan naar de planeten Jupiter – Uranus en Neptunus.

De volgende vraag is: “wat is een geslaagde kijkavond?”. Het antwoord: “3 september 2010!!!”.  Aan alle voorwaarden werd voldaan: het was helder, niet vochtig, niet te koud en we waren zo goed als voltallig aanwezig op de sterrenwacht. Met enige vertraging kon de lenzenkijker opgesteld worden, we hadden vóòr dat moment al een groepje van vier bezoekers achter de rug. Tijdens het uitrichten van de koepel raakte Paul gekwetst, volgens hem niet erg (echte mannen, hé?). Toch blijft het hanteren van de koepel in het duister een gevaarlijk karweitje. We moeten afschermplaatjes aanbrengen om erger te voorkomen.

 Terwijl er onder de koepel met de refractor gekeken werd, bouwde Job en Lambert de Cassegrain op. Tijdens het afstellen van de kijker vielen al enkele meteoren op. In eerste instantie dachten we aan Tauriden maar het waren Alfa Aurigiden; heel snelle, maar heldere meteoren (we zagen er méér dan Perseiden,). Op heel korte tijd: een Irridium-satelliet  en het ISS. Een veelbelovende start van de kijkavond afgelopen zomer. Job en Lambert hadden problemen om de kijker afgesteld te krijgen: de sterrenwacht stond in de weg! Na een tijdje was de afstelling wel goed zodat begonnen kon worden met de scherpstelling van de camera. Een handig nieuwigheidje op de Cassegrain is een groene laser. Een heel handig bepaalde ding om  te aan te wijzen en uit te richten (camerahoek, e.d.). Een dubbele elektronische  antidauwkit maakte dat de kijker operatief kon blijven tot aan de ochtend. Dat was in het verleden wel eens anders. Te veel dauwneerslag maakt e al snel een einde aan een waarnemingssessie. Is dus  nu verleden tijd!

Terug naar de waarnemingen: onder de koepel vond men – zonder goto-opstelling – de planeet Uranus, waarvoor chapeau! Voor sommigen onder ons was het de eerste keer dat ze deze planeet zagen. Onder de toren, bij de opstelling van Job en Lambert deden we er nog een schepje boven op: we keken (en fotografeerden) Jupiter, Uranus en Neptunus. De doelstelling van de kijkavond werd volledig gerealiseerd. Onder de vele andere objecten die we zagen en op de “gevoelige plaat” legden onthielden we voornamelijk de Halternevel, de Ringnevel, bolhopen M2 – M15, open sterrenhopen x-h Perseus, M56, M29, M39, M103, nog meer Messiers objecten,  diverse Caldwell-objecten,  NGC’s , zelfs IC’s. Het was, zoals eerder gezegd werkelijk een topnacht. Alle objecten werden gefotografeerd, zelfs komeet 103P Hartley.. Rond 01.00u werd de refractor afgebouwd en een deel van de waarnemers keerde tevreden huiswaarts. Leuk was om te zien dat sommige moeite hadden om te vertrekken: nog heel even blijven want de Helixnevel komt net achter de boomtoppen uit! Tony bleef nog tot 02.45u met Lambert doorwerken aan de Cassegrain. Tegen de klok van 04.30u was ook de laatste deelnemer klaar om de reis huiswaarts aan te vangen, heel tevreden terug kijkend naar wat zeker één van de topnachten in de waarnemingsannalen van het bestaan van Noorderkroon was.

Dank aan alle aanwezigen en aan hen die met de terbeschikkingstelling van hun materiaal hebben gezorgd voor onvergetelijke indrukken en primeurs. Het was zoals het hoort! Op naar een volgende sessie…

                                                                                                                               Lambert

 Er is een ´mega voetstap` ontdekt op de planeet Mars. De Europese ruimtesonde Mars Express heeft gedetailleerde foto`s van een langgerekte mysterieuze krater op Mars. De krater genaamd Orcus Patera heeft heel veel weg van een gigantische voetafdruk. De krater die zich tussen de vulkanen Elysium Mons en Olympus Mons bevindt heeft een afmeting van 380 km lengte en een breedte van 140km. Er is echter weinig bekend over de oorsprong van Orcus Patera. Volgens de wetenschappers gaat het om een vulkanische formatie, weer volgens andere was de krater eerst rond, wat dus zou kunnen betekenen dat het om een inslagkrater gaat. Vervolgens zou die kunnen zijn uitgerekt door tektonische krachten in dit actieve deel van de korst van de planeet. 

                                                                                                     Aangereikt door Job Beeren

Nacht van de duisternis 2010.

 Zoals  je in de uitnodiging al kon zien:  op 16 oktober 2010 zal om 19.00u aan de sterrenwacht (Domein de Bever) Noorderkroon voor de vierde maal op rij samen met Natuurpunt en het Stadsbestuur de Nacht van de Duisternis brengen voor het publiek.

Op de agenda staan verschillende activiteiten. Noorderkroon heeft als taken; het ontvangen van de bezoekers en de agenda bekendmaken, we houden de sterrenwacht doorlopend open, we zorgen voor twee sterrenkundige gidsen tijdens de wandeling, voor het afspelen van nachtelijke dierengeluiden en we zorgen voor verschillende presentaties. Heb je tijd en motivatie om ons te helpen dit initiatief te dragen, schroom niet en kom op 16 oktober tegen 18.00u naar de sterrenwacht. We stellen uw hulp zeer op prijs!!

Kwartaalagenda:

Oktober 2010  

Studiebijeenkomst:      29 oktober 2010     20.15u   Mars door Job Beeren                          

Kijkavond :  komeet 103/P Hartley en andere objecten

                              Wanneer:       1 oktober 2010   21.00u            

Kijker te gebruiken:  Skywatcher

 

16 oktober Nacht van duisternis op 16 oktober  zie programma

9/10 oktober 2010.  Blankenberge. JVS VVS weekend

 

november  2010     

Studiebijeenkomst:  12-11-2010     20.15u     exo-planeten door LBe

                 Kijkavond: Planeten & deepsky   met de Cassegrain.

                 Wanneer:   26 november   om 20.00u

 

december  2010       

 Studiebijeenkomst:     10 december 20.15u :  Algemene ledenvergadering: kasverslag   jaarverslag   ludiek quiz   vlaai    …                                                      

          Kijkavond : maanavond met filters

          Wanneer:  :  17 dec 20.00u

          Kijker te gebruiken: lenzenkijker Berke